Erik Adema - Mijn Eerste Keer
Het is kwart voor zeven en mijn vrouw staat aan mijn kooi, de bruidssuite, om me te wekken. Ik lig er pas sinds 04.00 uur in en heb nog helemaal geen zin in wakker worden. We zijn bijna bij Scheveningen, zegt ze zachtjes in mijn oor, met begrip voor mijn moeite uit mijn slaap te komen en ze vervolgt verleidend: het is prachtig, kom kijken! Ik voel een zachte deining en dat onderstreept haar woorden, we zeilen op zee en kennelijk op de rede van Scheveningen, het mondaine vissersstadje. Vanwege de warme nacht is een korte broek en T-shirt voldoende om snel aan dek te komen. Ze heeft gelijk, wat een aankomst. Vlak voor 04.00 uur stond ik aan dezelfde kooi, maar toen waren de rollen omgekeerd. Ik wekte haar voor haar shift. En ik kon in de door haar opgewarmde slaapzak kruipen. Heerlijk.
Het is eind juni 1998 of '99, dat weet ik niet meer precies. Wat ik nog wel precies weet is dat ik een paar weken eerder met Hans Mirck en anderen in de kroeg zit. Waarschijnlijk ter afsluiting van ons volleybalseizoen. Voor het eerst hoor ik hem over een zeilschip. Ik ben geen echte zeiler, maar ben vaak met vrienden met hun zeiljacht mee geweest en IJsselmeer en Wad zijn bekend terrein. Net als het heerlijke moment waarop de motor uit kan en de wind het overneemt, samen met de stilte. Dus ik ben erg nieuwsgierig naar Hans' verhaal. Vertelt hij ook nog dat hij over een paar weken met een groep gaat varen en dat er nog plaatsen vrij zijn. Daar hoefden mijn vrouw en ik niet lang over te twisten. Gaan we doen. Een week vrij was zo geregeld.
Maandagochtend. Harlingen. De zon schijnt. De Marieje ligt niet op haar vaste plaats maar bij het politiebureau terwijl er vers water ingenomen wordt. Terwijl we nog op de kade staan is het eerste hoofd wat uit het luik naar boven komt dat van Leo. Schipper Leo, overvriendelijk welkom hetend. Man, wat een mooi schip! Al dat hout. Ik ben echt onder de indruk. De bemanning druppelt binnen. Ook nog meer dorpsgenoten, bekende en nog onbekende. Leo legt uit wat we moeten doen als iemand over boord slaat en oppert een vaarplan, en wat voor plan. Er staat een wat uitzonderlijke noordoosten wind. En die kan ons over zee naar Scheveningen brengen, maar dan moeten we wel de nacht doorzeilen. Jonge, wat een mooi plan! Ik ben niet de enige die daar gelijk voor is. We verlaten Harlingen nog voor de middag en de volgende ochtend meren we rond 8 uur aan in Scheveningen en daartoe hebben we de zeilen slechts één keer verzet. Toen we bij Den Helder de Noordzee op voeren. Wat een sensatie om voor het eerst uren achtereen aan Marieje's roer te mogen zitten. Om met rugwind in het donker langs de kust te varen. Om na uren donkerte de lichten van de Hoogovens van IJmuiden te zien en later bij aflandige wind die fabriek te ruiken. Dat laatste was geen prettige sensatie overigens. Wat een sensatie om in het donkere zeewater, wat bij de spiegel opwelt, de oplichtende algen te zien. En wat een sensatie om om 04.00 uur weer die warme bruidssuite in te schieten. In mijn eerste week doen zich meer sensaties voor. Zeeziek worden van Scheveningen naar IJmuiden nadat zich een stevig onweer had voorgedaan en wonderbaarlijk tussen de pieren van IJmuiden opeens genezen van die ziekte. In Amsterdam achter het Centraal Station liggen, in het NoordHollandskanaal. te gast zijn op de Europa die daar ergens in de haven ligt en waar Leo natuurlijk wel mensen van kent. En de sensatie om met windkracht 6 uit het westen met 25 graden Celsius van Amsterdam naar Stavoren te zeilen, maakt mijn eerste keer met de Marieje tot onvergetelijk.
Erik Adema, Paterswolde





